Geschiedenis · 6 min lezen · 17 juni 2026

Tweehonderdvijftig jaar post over het strand

Een brief van Amsterdam naar Vlieland deed er in de negentiende eeuw 43 uur over. Hij ging te paard, per boot, over zee, en de laatste acht kilometer over de kale Vliehors.

Twee wandelaars op het lege strand van de Vliehors

Je fietst over de Postweg, langs het wad, met rechts de aangeplante bosstroken. Aan het einde staat het Posthuys, tegenwoordig een uitspanning waar je een biertje drinkt met uitzicht over de vlakte.

De naam is geen decoratie. Dit gebouw was tweeënhalve eeuw lang het eindpunt van een van de merkwaardigste postroutes die Nederland gekend heeft — en de reden dat de Postweg zo heet.

Waarom Amsterdam post naar een zandvlakte stuurde

Om te begrijpen waarom hier post moest komen, moet je de kaart van de Gouden Eeuw in je hoofd hebben. Geen Afsluitdijk, geen Noordzeekanaal. Wie vanuit Amsterdam naar zee wilde, voer over de Zuiderzee naar het zeegat tussen Vlieland en Terschelling: het Vlie. De Rede van Vlieland was daarmee een van de belangrijkste ankerplaatsen van het land. Honderden schepen lagen er te wachten op de juiste wind voor de reis naar de Oostzee, waar het graan en het hout vandaan kwamen.

Schepen die wachten hebben orders nodig. Een handelshuis in Amsterdam wilde weten welke schepen er lagen, met welke lading, en wilde zijn kapitein kunnen bijsturen voordat die vertrok. In een tijd waarin alles per brief ging, was dat geen luxe maar de kern van het bedrijf.

Vanaf 1668 waren er betaalde postdiensten tussen Amsterdam en Texel. Iets meer dan een eeuw later werd de verbinding doorgetrokken naar Vlieland, en kreeg ze een naam: de Vliepost. In 1805 kwam er ook een vaste postschippersdienst naar Terschelling bij.

De route, stap voor stap

De post ging in Amsterdam in de zak van een postiljon, een ruiter. Die reed over land via Purmerend en Schagen naar Den Helder. Daar nam een postschipper het over naar Oudeschild op Texel, waar de kapiteins op de Texelse rede hun orders kregen. Een Texelse postiljon bracht het restant — de post voor Vlieland en Terschelling — over het eiland naar de rede van Eierland. En daar lag een postvlet klaar om over het Eierlandse Gat naar Vlieland te zeilen.

Aan de andere kant van dat water begon het Vlielandse deel. De postiljon van het eiland woonde in het Posthuys, midden op het smalste stuk van het eiland — vijfhonderd meter tussen wad en Noordzee. Voor dag en dauw reed hij met paard en wagen acht kilometer de Vliehors op, het Texelse bootje tegemoet.

Acht kilometer over een kale zandvlakte, in het donker. In de winter waren dat barre ritten. De bakens waren bosjes helm en paaltjes, en die verdwenen bij storm of dichte mist volledig uit het zicht.

Rond 1856 verzandde het wad bij het Posthuis zo sterk dat de postvlet er niet meer kon afmeren. Vanaf toen werd de overdracht helemaal op de punt van de Vliehors gedaan.

Het gebouw

Het oorspronkelijke Posthuys was een houten veerhuis uit 1777. In 1836 kwam er een stenen huis voor in de plaats — dat is het gebouw dat er nu nog staat. Later is er een grote schuur bijgebouwd, waar in de twintigste eeuw een boer zijn bedrijf had; die weidde zijn vee in de Kroon's Polders hiernaast.

Vlakbij staat nog iets: de voormalige reddingbootschuur, in 1850 naar deze plek verplaatst nadat het jaar ervoor het oude boothuis met boot en al door hoog water was weggeslagen. Als er een schip in nood was, trokken vier paarden de reddingsboot op een kar naar zee. Later deed een tractor dat werk. Het station werd in 1989 opgeheven en de schuur is in 2005 gerestaureerd.

Het einde

Na 1880 werd de Vliepost minder belangrijk. Er kwam een stoombootverbinding tussen Harlingen en Terschelling, en het zwaartepunt verschoof naar de Friese kant.

Toch bleef de route nog bijna vijftig jaar bestaan, tot 1 april 1927. De aanleiding was persoonlijk: Jan Buijs, de laatste postschipper tussen Eierland en de Vliehors, was het jaar ervoor overleden. Daarna ging de post voor Vlieland via Harlingen.

Op Texel herinnert de Postweg naar De Cocksdorp aan de route. Op Vlieland de Postweg en het Posthuys. Twee eilanden met een straatnaam die naar elkaar wijst.

Wat je ziet als je er staat

Ga bij het Posthuys met je rug naar het gebouw en kijk westwaarts, de Vliehors op. Die acht kilometer lagen daar. Elke ochtend, in het donker, met paard en wagen, om een zak brieven op te halen van een bootje dat over een zeegat was komen zeilen.

En bedenk erbij dat het eiland toen kaal was. Het bos waar je net doorheen fietste bestond nog niet.

De onderwerpen van dit verhaal komen uit het archief van vlieland-info.nl, dat H.P. de Nijs ruim twintig jaar heeft bijgehouden. Zijn fotoarchief van Vlieland is te zien op Flickr.

Bronnen
Waddenvereniging/Waddenacademie, Twee redes en de Vliepost (Gerbrand Gaaff), Wikipedia, Posthuis van Vlieland, Zuiderzeecollectie, Texel dit Weekend, vlieland.site.

Laatst bijgewerkt: 17 juni 2026