Cultuur · 5 min lezen · 3 juli 2026

De kerk die uit zee is gebouwd

Kerkbanken van juthout, pilaren van scheepsmasten, kroonluchters van een Zweedse koning en Michiel de Ruyter, en zes walviskaken die als grafpaal dienstdeden. Alles in dit gebouw komt van zee.

Avondfeest bij de strandbar op Vlieland

Op de meeste plekken bouw je een kerk van wat de streek levert: baksteen, natuursteen, hout uit het bos. Op Vlieland was er geen bos, geen steengroeve en geen klei. Wat er wel was, spoelde aan.

De Nicolaaskerk is daardoor letterlijk uit de zee opgetrokken.

Wat je binnen ziet

Verschillende kerkbanken zijn van juthout — aangespoeld hout, vaak van vergane schepen. Aan een paneel van de preekstoel is te zien dat het ooit een scheepsdeurtje is geweest. Pilaren zijn gemaakt van een voormalige scheepsmast.

Dat is geen armoede-oplossing die achteraf charmant werd. Het is hoe een eilandgemeenschap bouwde: je nam wat de zee bracht, en de zee bracht op het Vlie meer dan waar ook, want dit was een van de drukste vaarwaters van Europa. Elk stuk hout in dit gebouw heeft eerst ergens anders gevaren.

Dan de kroonluchters. Volgens de overlevering zijn die geschonken door de koning van Zweden en door Michiel Adriaenszoon de Ruyter. Dat klinkt onwaarschijnlijk tot je bedenkt hoe dit eiland in de wereld lag: de Rede van Vlieland was de opstap naar de Oostzee, en de Zweedse handel liep hier langs. De Ruyter zelf is ooit walvisvaarder geweest — een beroep dat op Vlieland heel gewoon was.

En dan het bijzonderste: zes walviskaken.

Grafpalen van een walvis

Op het kerkhof stonden ooit onderkaken van de Groenlandse walvis rechtop in de grond, als grafteken. In de top werden de gegevens van de overledene gegraveerd.

Dat is een gebruik dat je vrijwel nergens anders tegenkomt. Op Schiermonnikoog liggen ook walviskaken, maar niet als grafpaal. Waarschijnlijk hebben Vlielanders het afgekeken van de Scandinaviërs — en dat past bij een eiland waarvan de mannen op de walvisvaart naar Groenland en Spitsbergen voeren. Wie leefde van de walvis, begroef zijn doden met de walvis.

Zure regen tastte het bot aan, en daarom zijn de nog gave exemplaren naar binnen gehaald. Ze staan nu in de kerk, in een hoek bij de ingang. Op de begraafplaats staat een replica.

Het gebouw zelf

Op deze plek stond al vanaf de middeleeuwen een kapel, voor het eerst genoemd in 1245. De huidige kerk is rond 1605 gebouwd als zaalkerk, in de tijd dat West-Vlieland leegliep en de bevolking naar Oost-Vlieland trok — er was simpelweg een groter gebouw nodig.

In 1647 werd de kerk verbouwd tot kruiskerk, en sindsdien is er niets ingrijpends meer aan veranderd. Daarmee is het een van de oudste van oorsprong protestantse kerkgebouwen van Nederland: niet een overgenomen katholieke kerk, maar van meet af aan als protestants gebouw neergezet.

Het houten koepeldak heeft trekbalken met ingekerfde inscripties. Het orgel dateert van rond 1780. De tiengebodenborden zijn uit 1737 en zijn in 2007 gerestaureerd; ondanks onderzoek is nooit achterhaald wie ze geschilderd heeft.

De naam Nicolaaskerk is jonger dan je zou denken. Die is pas in 1997 aangenomen, toen het gebouw driehonderdvijftig jaar bestond in zijn huidige vorm — een verwijzing naar de middeleeuwse Nicolaaskapel die hier stond. Nicolaas is de patroonheilige van zeevarenden. Ook dat past.

Als je gaat

De kerk is de enige op het eiland en is regelmatig open voor bezichtiging, met rondleidingen op vaste ochtenden. Kijk voor de actuele tijden op de site van de Stichting Nicolaaskerk, die het gebouw beheert.

Neem de tijd voor het hout. Wie weet waar het vandaan komt, kijkt anders naar een kerkbank.

De onderwerpen van dit verhaal komen uit het archief van vlieland-info.nl, dat H.P. de Nijs ruim twintig jaar heeft bijgehouden. Zijn fotoarchief van Vlieland is te zien op Flickr.

Bronnen
Protestantse Gemeente Vlieland, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / Rijksmonumenten, Wikipedia, Nicolaaskerk (Vlieland), Reformatorisch Dagblad, Vlieland haalde de zee de kerk binnen (2023), VVV Vlieland.

Laatst bijgewerkt: 3 juli 2026